Vrouw interview Telegraaf 5 november

Ingrid de Bruijn (52) was altijd al een gezelligheidsdrinker. Had een van haar vier zoons een voetbalwedstrijd, dan dronk ze graag een glaasje mee met de andere moeders. Tot het van de ene op de andere dag volledig uit de hand liep. Een paar glaasjes werden een paar flessen en Ingrid belandde op de crisisopvang.

Tekst: Marjolein Hurkmans, visagie: Astrid Timmer, fotografie: Sasha Lambert

“Ik kom uit een gezin waar eigenlijk nooit werd gedronken. Dat er mensen zijn die elke avond bij het eten een fles wijn opentrekken, ontdekte ik pas toen ik mijn man ontmoette. Bij hem thuis was drank normaal. Je kon ook niet weigeren. Als je zei ‘doe mij maar een frisje’, dan werd je voor ongezellig versleten. Bij mijn schoonfamilie heb ik leren drinken. En jarenlang was ik een echte gezelligheidsdrinker. Iedere reden was goed genoeg om een flesje wijn open te trekken: lekker kletsen en borrelen met de buren, afzakken op het terras met de andere moeders van de voetbalclub; ik vond het de normaalste zaak van de wereld. Iedereen deed het.

In mijn hart wist ik wel dat ik iets meer dronk dan de anderen. Ik ben nooit iemand geweest die goed maat kon houden. Tijdens een skivakantie zat ik ’s morgens al aan de glühwein. Drie jaar geleden waren we met de hele familie op vakantie op Madeira. Bij het ontbijt werd champagne geschonken. Ik was een gretige afnemer. Het was immers vakantie; dan hoort een drankje erbij. Maar ook na de vakantie betrapte ik mezelf erop dat ik steeds vroeger op de dag zin had in een glas wijn. Ik had het gevoel dat alcohol me hielp de dag door te komen. Ik geloof niet dat ik echt een alcoholprobleem zou hebben ontwikkeld als ik gelukkig was geweest. Maar dat was ik niet. Niet echt. Ik had het niet gezellig met mijn man. We waren dertig jaar getrouwd en hadden elkaar eigenlijk niks meer te vertellen. Dat knaagde aan me. Dat ongelukkige gevoel heeft zeker meegespeeld. Maar ik wil hem ook niet de schuld geven van mijn drankmisbruik. Ik heb het uiteindelijk zelf gedaan.

Ik trok steeds vroeger een fles open. ‘Een glaasje maar’, zei ik dan tegen mezelf rond een uur of elf in de ochtend, ‘om het scherpe randje van de dag af te halen’. Maar op een dag sloeg ik door. Ik kon niet meer stoppen met drinken. Ik dronk en ik dronk tot ik volledig buiten westen raakte. Mijn man trof me laveloos aan en bracht me naar de crisisopvang. Ik ging een zware week van detoxen tegemoet. Met maar één doel voor ogen: het nooit meer zo ver laten komen. Ik heb vier zoons. Wat voor voorbeeld gaf ik mijn kinderen door zoveel te drinken. Ik schaamde me dood. Het hielp dat ik in de kliniek mensen tegenkwam die net zo waren als ik. Vroeger dacht ik dat alle alcoholisten zwervers waren. Maar er zaten allerlei soorten mensen: landlopertypes, maar ook mensen uit de betere milieus, huisvrouwen en bouwvakkers. Drankmisbruik komt in alle gelederen van de maatschappij voor. Ik zat in de opvang met een vrouwtje dat voor 112 werkte. Die was gewend iedere avond na haar dienst een glaasje te drinken. Maar toen kwam ze in de nachtshift terecht en was haar dienst afgelopen in de vroege ochtend… Tja…

Na een week mocht ik naar huis. Met het vaste voornemen om nooit meer alcohol te drinken. In de gang naast de voordeur stond een krat bier. Dat was het eerste dat ik zag. Voor mijn man was mijn hele alcoholprobleem kennelijk afgelopen op het moment dat ik uit de kliniek was ontslagen. Ik deed mijn verhaal bij de buurvrouw aan de thee en hij ging met de buurman in de tuin zitten borrelen. Ik kwam niet in de verleiding om mee te doen, maar schokkend vond ik het wel.

Het ging een jaar goed. Ik dronk geen druppel. Zelfs niet als mijn man zich naast me op de bank een stuk in de kraag zat te drinken. En toen op een dag ging ik toch weer de fout in. Ik was jarig; mijn vijftigste verjaardag. Dat is geen prettige dag voor een vrouw. ‘Één glaasje wijn moet nu toch wel kunnen’, dacht ik. Niet dus, ik ging meteen weer helemaal los en moest voor de tweede keer worden opgenomen. Sindsdien is dat mijn leven. Het kan maanden goed gaan en dan gebeurt er iets waarvan ik in paniek raak en sla ik aan het drinken. De aanleiding hoeft maar iets heel kleins te zijn: een krasje op mijn auto en ik kan al doorslaan. Dan ren ik naar de slijterij en sla flessen wijn in die ik overal in huis verstop. Daar ben ik een kei in geworden. Want als mijn kinderen ze vinden dan gieten ze ze leeg in de gootsteen. Ik drink dan tot ik zwaar onder zeil ben en voor de zoveelste keer wordt afgevoerd naar een afkickkliniek. Telkens weer kom ik thuis met de bedoeling het nooit meer te laten gebeuren. En telkens gaat het weer mis.

De laatste keer was een paar maanden geleden. Mijn man en ik zijn inmiddels uit elkaar en hij heeft een nieuwe vriendin. Het was een opluchting toen hij vertrok. Alleen al omdat er daardoor ook geen alcohol meer in huis was.
Maar ik ben sindsdien wel alleen met de vier jongens. Een van hen is 22 en woont nog thuis. Op een maandag sms’te hij dat hij niet mee at, maar of ik iets voor hem wilde bewaren. Drie dagen later ontdekte ik dat hij nog steeds niet thuis was gekomen. Ik probeerde hem te bellen, maar hij nam niet op. Achteraf bleek er niks aan de hand, maar toen was het leed al geschied. In plaats van rond te gaan bellen, zoals een andere moeder zou hebben gedaan, ben ik naar de slijter gereden. Twee dagen lang was ik weer volledig van de wereld. En toen drong het plotseling tot mijn benevelde brein door dat ik door dit te doen mijn ex-man de kans gaf mijn kinderen van me af te nemen. Ik heb de restanten wijn weggegooid. Voor mijn kinderen lukte het me om zelf te stoppen.

Mijn jongste zoon was pas 7 toen het begon. Wat heeft dat kind allemaal mee moeten maken? Hij heeft het zo zwaar gehad. Daar kan ik me heel schuldig over voelen. Vorige week was ik op een avond heel moe en wilde vroeg naar bed. Mijn jongste is nu 10 en slaapt sinds de scheiding bij mij. Hij was zo bezorgd over die vermoeidheid. ‘Mama’, fluisterde hij, ‘jij hebt toch niet gedronken hè…’ Dan breekt toch je moederhart. Hij is zo bang dat het nog een keer gebeurt. Maar inmiddels heb ik verslavingsonderdrukkende medicijnen en daarmee gaat het goed. Want af en toe steekt het schuldgevoel over het leed dat ik mijn kinderen heb berokkend met mijn binge-drinking, zo erg de kop op, dat ik zonder die pillen zeker naar de fles zou hebben gegrepen om het te onderdrukken.

Ik zou graag zeggen dat ik zeker weet dat het nu over is. Dat ik nooit meer zal drinken. Maar ik heb in de afgelopen drie jaar te vaak een terugval gehad om dat echt te kunnen geloven. Ik kan er alleen maar het beste van hopen. De mensen om me heen helpen me gelukkig om me staande te houden. Mijn moeder belt bijna iedere dag om me moed in te praten en als er een buurtfeestje is waar ik ook ben, zorgen ze dat er voldoende fris in huis is. Ik draai zelfs bardiensten op de hockeyclub. Bezorgde vriendinnen houden me als aasgieren in de gaten. Daar ben ik ze hartstikke dankbaar voor.

Ik heb er even over getwijfeld of ik mijn verhaal wel moest doen. Ik loop nou natuurlijk wel het risico dat ik voortaan door het leven ga ‘als die vrouw met dat alcoholprobleem’. Aan de andere kant vind ik ook dat ik andere mensen moet waarschuwen. De grens tussen een wijntje voor de gezelligheid en probleemdrinken is snel gepasseerd. Er heerst in de Westerse wereld een rare verhouding met alcohol. Als iemand stopt met roken, zegt iedereen ‘wat goed van je’, maar als je zegt ‘ik drink niet meer’, roepen diezelfde mensen ‘wat ongezellig’. Om me heen wordt zoveel gedronken. Ik zie het nog steeds op me heen. Je kind ophalen bij een vriendje, hup: wijntje erbij. Barbecueën met de buren? Zet de rosé maar vast koud. Overal komt die fles op tafel. En wat is nou één fles? Op één been kun je niet staan. Ik ken ontzettend veel moeders die zo een liter wijn per dag wegdrinken. Er wordt zo gemakkelijk over gedacht. Maar zo begon het bij mij ook.

KADER:
Volgens het CBS is er sprake van ‘zwaar drinken’ wanneer op één of meer dagen per week meer dan zes glazen alcohol worden gedronken. Gemeten naar die cijfers zijn er in Nederland momenteel 1,4 miljoen zware drinkers. 396.000 van hen vallen in de categorie alcoholmisbruikers en daarvan kunnen 82.000 mensen worden beschouwd als ‘alcoholafhankelijk’ (alcoholist).
Het zogenaamde binge-drinken (waar ook Ingrid zich schuldig aanmaakte) komt veel vaker voor. Officieel staat het woord ‘binge’ in het Engels voor ‘braspartij’, maar tegenwoordig wordt het vooral gebruikt voor het incidenteel doorslaan met alcoholgebruik (of eten). Bij de reguliere onderzoeken naar alcoholisme wordt deze groep niet meegenomen. Ze drinken immers niet dagelijks en slaan soms weken of zelfs maanden over. Toch maakte 1/3 van de volwassen bevolking zich schuldig aan deze manier van alcoholmisbruik.
Binge-drinking kan de volgende schadelijke gevolgen hebben:
1.Orgaanschade
2.Kans op black-out
3.Stijging van de bloeddruk
4.Alcoholvergiftiging
5.Verhoogd risico op hartaandoening
6.Overgewicht en verhoogde bloeddruk op latere leeftijd
Ingrid de Bruijn schreef over haar ervaringen het boek ‘Bijna (ver) dronken, dat onlangs uitkwam bij uitgeverij aquazz. Meer informatie: www.ingriddebruijn.nl
Voor informatie over de gevaren van alcohol: www.alcoholinfo.nl (hier kunt u ook een test doen om uw eigen alcoholgebruik onder de loep te nemen).

This entry was posted on woensdag, november 30th, 2011 at 19:48 and is filed under BIJNA VERDRONKEN, Nieuws. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

5 Reacties to “Vrouw interview Telegraaf 5 november”

  1. Frank Sten Says:

    Goed gedaan Ingrid!

    Trots op je!

    Gr. Frank.

  2. Dorine Says:

    Wat een herkenbaar verhaal.Of ik over mijzelf als.
    Ben ook alcoholiste.Heel dapper dit intervieuw.
    Bedankt voor je verhaal Ingrid!

  3. Yvonne Says:

    Goed gedaan Ingrid,je mag trots zijn op jezelf.Het vervelende is echter dat je lichaam een enorme knauw gekregen heeft en ik zelf ben even terug met een methode in
    aanraking gekomen die die gevolgen het hooft kan bieden.
    Het is de S.M.U.D.(klei therapie)die het lichaam schoonmaakt.Van Hugo Symens,boek Klare taal(het wonder).
    De keus is aan jou om er iets mee te doen of niet.
    Iemand die met je meeleeft,Yvonne.

  4. Karin Says:

    Goed van je Ingrid, heel herkenbaar verhaal.
    Ik zit nu in de zelfde situatie loop ook bij artsen in de kliniek.
    Het gaat goed,, Het is alleen erg zwaar voor de gezinssituatie( ben nog wel getrouwd en heb een zoon van 23)
    Ik ben blij je verhaal gelezen te hebben om te weten dat ik niet de enige ben.
    Ga zo door!!
    Ik ken je niet maar ik ben trots op je.
    Groet.

  5. Marion Says:

    Hoi

    Ook ik heb het stuk gelezen in de “vrouw”
    heel herkenbaar, al belandde ik gelukkig niet in een kliniek, ik ga je boek zeker lezen!
    En top dat je het ondanks alles toch probeert vol te houden, ook ik ben trots op je!

Reageer!