Stil verdriet

th-1

‘Mam, wat is er?’ hoor ik een stem naast me.
Mijn knokkels grijpen vaster om het stuur. Ik zie ze wit worden. Een traan glijdt uit mijn ooghoek over mijn wang. Hij vindt zijn weg naar beneden. Mijn mondhoeken vertrekken. Ik ben blij dat ik mijn zonnebril op heb, zodat hij niet ziet dat mijn ogen zich verder vullen met tranen.

‘Niets’, wil ik zeggen maar de woorden komen niet uit mijn mond. Ik weet op dat moment dat wanneer ik iets zeg de kraan open zal gaan en ik niet meer kan stoppen met huilen, zoals zo vaak. Op de meest onverwachte momenten, vaak in de auto. Of in de supermarkt wanneer ik opa’s en oma’s met hun kleinkinderen zie lopen.

Ik schud met mijn hoofd en probeer de andere kant uit te kijken.
“Jawel mam, ik zie het toch, er is iets, zeg het nou gewoon. Ben je boos om daarnet’.
Weer schud ik mijn hoofd. Ontkennend. Krakend hoor ik  mezelf zeggen.’Nee schat, dat is het niet’.

Het is dat boek van gister dat ik gelezen heb, het boek dat mij wakker schudde. Dat mij vertelde dat je liefde voor je kind ook te ver kan gaan. Dat deze allesomvattend kan zijn maar ook zo verstikkend en ik stel me voor hoe mijn kind mijn liefde als verstikkend heeft ervaren. Vaak genoeg hebben mijn andere kinderen gezegd. ‘Mam je trekt hem voor’. Misschien niet met zoveel woorden, ze lieten het wel merken.

En nu, ervaar ik het zelf, mijn liefde zat te diep, het verstikte en misschien wel daarom, kan hi de misstap die ik maakte niet vergeten, kan hij daar niet mee leven. Word ik daarom uit zijn leven weggehouden.

Kon ik de tijd maar terugdraaien, dan zou het nu allemaal anders zijn. Dan zou ik misschien wel mee mogen naar het strand, naar het bos, de kinderboerderij. Zou ik misschien wel trots achter de kinderwagen mogen lopen. Had ik wel een bedje staan waaruit twee mollige armpjes, me vergezeld door een blije glimlach aan het einde van het middagslaapje zouden verwelkomen.

Zou ik niet elke avond huilend in slaap vallen door het verdriet dat ik nu al ruim acht maanden met mij mee draag en waar ik het niet met mijn jongste over kan hebben. Die heeft het immers zelf al moeilijk genoeg, met de scheiding, de verhuizing, school. Mijn problemen hoeft hij er niet bij, ook al voelt hij ze nog zo goed aan.
’s Avonds in bed voel ik een aai over mijn bol. Ik ga slapen mam, niet meer huilen, het komt wel goed. Echt. En ik krijg later ook vast kinderen en dan maak ik het goed met je. Want hij weet het. Natuurlijk weet hij het. Hij ziet ook dat zijn broer hier nooit meer komt.

Het ontroert me en tegelijkertijd doet het nog meer pijn. Wat zou ik graag de lieve oma willen zijn.

‘Het moet groeien mam, het moet groeien’. Maar ik kan niet meer, ik moet het afsluiten. Ik loop naar de kast en doe alle door mij gekochte knuffels boekjes, de foto’s die ik heb in een doos en sluit deze af. Morgen zet ik hem in de kelder.

Op het moment dat ik de kelderdeur achter me dicht doe krijg ik een berichtje en ik lees “het water in de zee is heerlijk” en net als in het boek zie ik mezelf onderdompelen en meegenomen worden met de diepe stilte van mijn alles omvattende verdriet, om nooit meer boven te komen.

Please follow and like us: