Shine^up: ik kan je bh zien, mooi! want hiij was fucking duur

Borstkanker?

Shine^up: ik kan je bh zien, mooi! want hiij was fucking duur

De klok aan de muur tikt de seconden weg. Nog nooit hebben een paar minuten aangevoeld als uren. Gister was ik nog blij, opgelucht en vrolijk. Vandaag lig ik op een bed in een echokamer te kijken naar de wijzer die de seconden weg tikt.

Nog geen 24 uur geleden zat ik bij de huisarts voor mijn borst. Het voelde niet goed. Een beklemmend soort angst maakte zich van mij meester. Nee, niet ik, dat kan niet en dat mag niet. Op de radio hoor ik een spotje over borstkanker. ‘Aan wie denk je bij het woord borstkanker? Aan je moeder, je zus, je nichtje, je buurvrouw, je vriendin of denk je ook aan jezelf?’ Ja ik denk aan mezelf, vooral aan mezelf. Waar ik doorgaans heel veel aan anderen denk, gisteren vooral nog aan Anne Faber en de dag daarvoor aan Eberhard, denk ik u nu alleen maar aan mezelf en aan mijn kinderen. Wat als?

De huisarts laat me dezelfde dag komen, de röntgenafdeling heeft volgende ochtend tijd en ik zit in een ‘rij’. Ik voel me alsof ik naar de slachtbank word geleid.

Oudere vrouwen, jongere vrouwen, heel jonge vrouwen, vrouwen van diverse leeftijden en nationaliteiten. Maar vooral allemaal vrouwen. Op die bank daar in het ziekenhuis zijn we allemaal vrouwen met dezelfde gedachte. Laat het in hemelsnaam goed zijn.

De mammografie doet zeer. Logisch, het zijn geen voor-de-leuk-foto’s. In de wachtkamer wacht ik samen met mijn ‘lotgenoten’ op wat de laborante zo komt zeggen. ‘U mag naar huis’ of ‘u mag door naar de echokamer’. En is dat dan goed of niet?

We gaan allemaal door naar de echokamer.

Mevrouw 1 komt huilend naar buiten. Foute boel. De angst neemt toe. We knikken elkaar bemoedigend toe. In gedachten zeg ik tegen mezelf 1 op de 7. Als deze mevrouw vandaag de ene is zou dat betekenen dat het goed is. Helaas, zo werkt het niet. Toch probeer ik me daaraan vast te houden. De volgende dame wordt naar binnen geroepen. De klok tikt door. Een kwartier later komt ze naar buiten. Blij, opgelucht, ze zegt me gedag en wenst me geluk toe. Ik feliciteer haar.

Eindelijk ‘mag’ ik ook. Ik kleed me uit, ga met mijn ontblote bovenlijf op de onderzoekstafel liggen. Wachten, weer wachten, nog langer wachten en de klok aan de muur blijft de tijd weg tikken.

De radiologe komt binnen, legt uit wat ze gaat doen en gaat kijken, zoeken naar iets wat niet goed zou kunnen zijn. “De foto gaf geen afwijkingen,” vertelt ze, “maar zekerheid voor alles.” Ze zoekt, kijkt, voelt, zoekt weer, kijkt nog een keer en dan de verlossende woorden na ruim anderhalf uur onzekerheid. Het is goed. Ik zie niks wat op een afwijking wijst. Ik kan wel huilen van geluk.

Maar toch deze ‘No Bra Day’ had ik me wel iets anders voorgesteld.

Please follow and like us: